De Vlaamse overheid bestaat uit verschillende overheidsdiensten, die gegroepeerd worden in 11 beleidsdomeinen. Binnen elk beleidsdomein is er een departement en zijn er verschillende agentschappen. De departementen zijn ook verder opgesplitst in afdelingen.

Binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) bevindt zich het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (Departement WVG). Daarbinnen zijn er 9 afdelingen, waarvan 2 afdelingen voor zorginspectie:

  • Afdeling Zorginspectie Gehandicaptenzorg en Kinderopvang
  • Afdeling Zorginspectie Welzijn, Gezondheid en Financieel

In de beide afdelingen samen werken ongeveer 90 mensen, waarvan een 70-tal inspecteur zijn.

Wettelijke opdrachten van Zorginspectie

Kernopdrachten

De kernopdrachten van Zorginspectie zijn:

  • toezicht houden op de naleving van gestelde eisen. Zorginspectie waakt er over dat een voorziening haar taken correct uitvoert, volgens de voorwaarden gekoppeld aan de subsidie, erkenning of vergunning. 
  • concrete beleidsadvisering op basis van de inspectievaststellingen.
  • een beeld schetsen van een hele sector op basis van inspectievaststellingen.

Hiermee probeert Zorginspectie de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening van de voorzieningen te verbeteren. Daarnaast probeert zij ook te helpen om de overheidsmiddelen rechtmatig te besteden en de beleidsvoorbereiding en -evaluatie te optimaliseren.

Wie kan geïnspecteerd worden door Zorginspectie

Zorginspectie kan zowel organisaties als mensen inspecteren. Meer bepaald zijn zij bevoegd voor het toezicht op:

  • organisaties, die geattesteerd, vergund of gesubsidieerd worden door het departement WVG of door agentschappen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
  • personen met een handicap die een financiële tegemoetkoming ontvangen in de vorm van een persoonlijk budget. Dit kan 3 vormen aannemen: een persoonlijke-assistentiebudget (PAB), een persoonsvolgend budget (PVB) of individuele hulpmiddelen (individuele materiële bijstand genoemd of IMB).

Rechten en plichten van Zorginspectie

Om haar inspectietaken te kunnen uitvoeren, beschikt Zorginspectie over een aantal decretaal vastgelegde toezichtrechten en -plichten. Deze zijn terug te vinden in het toezichtdecreet

Voornaamste vereiste: onafhankelijkheid

Een inspectiedienst is een onafhankelijke entiteit. Om deze reden heeft Zorginspectie een absolute onafhankelijkheid van beheersinstanties en betaalinstanties. Naast haar kerntaken wordt Zorginspectie op geen enkele wijze betrokken bij beslissingen over erkenning, vergunning of subsidie. Zorginspectie neemt principieel ook geen adviserende of bemiddelende rol op. Hierover meer in Waar de wettelijke opdracht van Zorginspectie stopt

Deze onafhankelijkheid gaat het risico op belangenvermenging tegen. Om deze reden koos De Vlaamse overheid voor een afzonderlijke inspectiedienst voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Eigen initiatief

Zorginspectie voert inspecties uit op eigen initiatief. Dat doet zij op basis van een onderbouwde strategie met risicoanalyse. 

Waar de wettelijke opdracht van Zorginspectie stopt

Functiescheiding

Zorginspectie spreekt zich niet uit over de mogelijke gevolgen van een inspectie voor een voorziening. De Vlaamse overheid heeft gekozen om de inspectiefunctie te scheiden van de erkennings- en subsidiëringsfunctie. Dit wordt functiescheiding genoemd.

Dat betekent dat Zorginspectie inspecteert en vervolgens over deze inspectie rapporteert aan het Agentschap Kind en Gezin, het Agentschap Zorg en Gezondheid, het Agentschap Jongerenwelzijn, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) of het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Het zijn deze afdelingen die, onder andere op basis van het inspectieverslag, oordelen of er gevolgen zijn voor een organisatie.

Via organisaties komt u per type organisaties te weten welke entiteit bevoegd is. Opgelet: deze functiescheiding zorgt er ook voor dat organisaties of initiatieven niet bij Zorginspectie, maar wel bij hun bevoegde entiteit terechtkunnen voor inzage in hun dossier.

Waarom een functiescheiding?

Een functiescheiding tussen inspecteren en rapporteren enerzijds, en beslissen over gevolgen anderzijds, maakt dat Zorginspectie haar opdracht zo objectief, onpartijdig en onafhankelijk mogelijk kan vervullen.

Onvoldoende scheiding van deze taken, kan leiden tot misbruik of fraude. Daarom moet de overheid waken over voldoende functiescheiding tussen:

  • registratie van aanvragen
  • dossierbehandeling
  • nemen van beslissingen (subsidiëren, erkennen en/of vergunnen)
  • betaling
  • inspectie

Een stukje geschiedenis

Zorginspectie heette niet altijd Zorginspectie en bestond ook niet altijd uit de 2 afdelingen zoals we ze op vandaag kennen. Hier volgt hoe Zorginspectie is ontstaan.

Op 1 april 2006 werden verschillende inspectiediensten van de welzijns- en gezondheidssectoren samengesmolten tot één nieuw inspectieagentschap, het Intern Verzelfstandigd Agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Het ging om:

  • de inspectiedienst van Kind en Gezin
  • de inspectiedienst van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie voor Personen met een Handicap
  • de afdeling Inspectie en Toezicht van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn
  • de inspectiedienst van de administratie Gezondheidszorg
  • Het agentschap kreeg enkele jaren later een nieuwe naam: “Zorginspectie”.

De oprichting van één inspectieagentschap paste in de bestuurlijke reorganisatie van de Vlaamse overheid, bekend onder de naam 'Beter Bestuurlijk Beleid' of kortweg BBB. Het gevolg van BBB was een nieuwe overheidsstructuur, waarvan Welzijn, Volksgezondheid en Gezin één van de 13 beleidsdomeinen werd. 

In uitvoering van het regeerakkoord van de Vlaamse Regering van 2014 vond er een fusie plaats met het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Zorginspectie vormt vanaf 1 januari 2015 2 afdelingen binnen dit departement.