Er zijn in Vlaanderen 11 pilootprojecten geselecteerd: Diest-Scherpenheuvel, Diksmuide, Genk, Gent, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas, Turnhout, W13 (West-Vlaanderen), Wetteren-Wichelen-Laarne, en Zoersel.

Deze projecten hebben geen extra middelen gekregen. Er wordt wel in procesbegeleiding en een lerend netwerk voorzien. Naast deze procesbegeleiding is er ook een wetenschappelijke evaluatie. Dit onderzoek is gericht op de manier waarop de projecten zich organiseren welke factoren bijdragen tot het effectief bereiken van de beoogde doelstellingen.

Uiteraard hebben de diensten maatschappelijk werk, de OCMW’s en de CAW’s op dit moment ook een fysieke locatie waar mensen met welzijnsvragen langs kunnen gaan. De projecten hebben niet als doelstelling om te fusioneren tot één toegangspunt voor onthaal van mensen met welzijnsvragen. Het is wel de bedoeling dat elke dienst, welk zijn begeleidingsaanbod ook is, zich profileert als een algemeen breed onthaal voor alle welzijnsvragen.

Wanneer drie verschillende actoren zich gezamenlijk engageren voor een project vraagt dit een vorm van afstemming, afspraken maken en organiseren. Maar in deze projecten vragen we uitdrukkelijk om vooral de focus te leggen op de praktijk. We willen benadrukken dat de sterkte van de projecten moet liggen in het dagelijks werk van de praktijkwerkers en welke meerwaarde ze door samenwerking kunnen neerzetten in concrete casussen.

De projecten breed onthaal hebben twee belangrijke doelstellingen: een herkenbare toegang tot hulp en zorgen dat mensen hun rechten effectief realiseren. Er is bijzondere aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Dit kunnen mensen in armoede zijn, mantelzorgers, chronisch zieken, mensen met psychische problemen, mensen met financiële vragen, …

Net als andere sectoren heeft het welzijnswerk zich de laatste decennia ontwikkeld tot meer specialisatie. Ondertussen groeit het besef dat deze evolutie zijn keerzijde heeft. Enerzijds zorgt deze specialistische benadering ervoor dat niemand nog oog heeft voor het geheel en de samenhang van problemen. Soms gaat daardoor energie verloren, omdat er geen rekening mee gehouden wordt dat er eerst ook op andere vlakken vooruitgang moet worden geboekt.

De projecten geïntegreerd breed onthaal zijn experimenteel. De bedoeling is dat projecten maximaal ervaring opdoen en uitwisselen. Met deze ervaringen willen we een kader opbouwen dat maximaal inzet op toegankelijkheid van de dienst- en hulpverlening met een bijzondere aandacht voor het inzetten op de strijd tegen onderbescherming. Het brede kader leggen we vast in het decreet lokaal sociaal beleid, De ervaringen kunnen ook nog beleidsmatig geconcretiseerd worden in uitvoeringsbesluiten bij het decreet lokaal sociaal beleid.

De projecten worden momenteel opgestart en we kunnen nog geen bestaande casussen geven. We willen echter met een aantal reële voorbeelden duidelijk maken dat dit samenwerkingsverband in heel wat situaties een meerwaarde kan zijn. Om dit duidelijker te maken schetsen we een tweetal casussen.

In de projectoproep wordt de nadruk gelegd op het feit dat de ontwikkeling van de projecten via een participatief traject moet verlopen. Dat betekent dat bij de uitwerking van het project in alle fasen mensen uit de doelgroep betrokken worden bij de keuzes die in het project worden gemaakt. Dit vinden we belangrijk omdat de doelgroep de drempels die er zijn het best kent en dat daarom de keuzes die gemaakt wordt in de projecten ook het best zullen aansluiten bij de noden van de doelgroep.

Niet alleen de OCMW’s, de CAW’s en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen zijn betrokken. In de projecten spreken we van een goede afstemming met basisactoren en achterliggend aanbod. Met basisactoren bedoelen we organisaties en diensten die zich zeer kort situeren bij de leefwereld van mensen. Dat kunnen bijvoorbeeld verenigingen waar armen het woord nemen of patiëntenverenigingen zijn.