De voorbije jaren is grensoverschrijdend gedrag een gevoelig thema geworden. 

De verschillende regelgevingen maken duidelijk dat de sectoren geresponsabiliseerd worden om zelf in te schatten wat situaties van grensoverschrijdend gedrag zijn en deze te melden aan de overheid. 

Met grensoverschrijdend gedrag wordt elk gedrag of interactie bedoeld dat de fysieke, psychische, seksuele of economische integriteit van één van de gebruikers of personen die een beroep doen op de organisatie, ernstig in het gedrang brengt en plaatsvindt ten aanzien van deze personen. 

Zowel de erkende verenigingen waar armen het woord nemen, de regionale instituten voor maatschappelijk opbouwwerk en de organisaties voor autonoom vrijwilligerswerk moeten grensoverschrijdend gedrag geanonimiseerd melden aan de administratie. 

Meldingen situaties van grensoverschrijdend gedrag.

Grensoverschrijdend gedrag dient onmiddellijk gemeld te worden via dit meldingsformulier aan de Afdeling Beleidscoördinatie (verenigingen waar armen het woord nemen, regionale instituten voor maatschappelijk opbouwwerk en organisaties voor autonoom vrijwilligerswerk). 

We verwachten dat de organisatie de inschatting maakt wanneer het gaat over grensoverschrijdend gedrag en hier binnen haar ruimere kwaliteitsbeleid een duidelijk beleid rond heeft uitgebouwd dat systematisch wordt geëvalueerd en bijgestuurd. Dit beleid vertaalt zich in een procedure voor de preventie en detectie van en gepaste reacties op grensoverschrijdend gedrag. In die procedure is een registratiesysteem opgenomen dat geanonimiseerde gegevens bijhoudt over de gevallen van grensoverschrijdend gedrag. 

Op basis van inzichten uit de literatuur over het omgaan met grensoverschrijdend gedrag kunnen we wel een aantal algemene handvatten meegeven. Meer informatie en ondersteunende diensten hieromtrent kan u ook terugvinden op www.slachtofferzorg.be of via de gratis hulplijn 1712.  

Wat verwachten wij van de organisaties aan gegevens bij een melding? 

  • Een korte beschrijving van de probleemsituatie. Enkele relevante inhoudelijke gegevens volstaan, zodat een buitenstaander zich voldoende een beeld kan vormen van de situatie. De focus ligt op "wat is de situatie waarover men zich zorgen maakt" en "hoe en met wie werd de inschatting gemaakt over de ernst van de situatie en de veiligheid van de vrijwilliger of gebruiker"  
  • Een kort overzicht van de historiek 
  • De uitgevoerde en geplande acties m.b.t. de aanpak van de huidige situatie en/of vermijden van herhaling  hiervan in de toekomst én de betrokken/te betrekken partners

Hoe wordt een situatie van grensoverschrijdend gedrag in kaart gebracht door de organisatie en hoe worden de verdere acties bepaald? 

  • De (ernst van) de situatie wordt grondig in kaart gebracht met betrokkenheid van zoveel mogelijk relevante partijen en geobjectiveerd aan de hand van concrete gegevens (v.b. materiaal uit observaties, gesprekken, beschreven feiten (bronnen van de informatie worden benoemd). Uit de beschrijving blijkt waarom men zich ernstig zorgen maakt rond de situatie en blijkt waarom deze situatie gemeld wordt.
  • Er zijn duidelijke afspraken omtrent wie wat verder opneemt in deze situatie.
  • Er wordt nagegaan hoe de veiligheid geïnstalleerd kan worden, nu en ook naar de toekomst. In ieder geval is er aandacht voor andere mogelijke (potentiële) slachtoffers. Zijn er in deze situaties afspraken om te voorkomen dat deze situatie zich herhaalt of gelijkaardige situaties zich voordoen in een analoge context? Zijn er steunfiguren uit de ruimere context die een rol kunnen spelen bij het installeren van de veiligheid? Is de huidige hulpverlening gestopt of loopt ze nog door? Welke alternatieve oplossing wordt gezien voor de gebruiker? 
  • Belangrijk zijn nazorg en herstel: bij ernstige incidenten is het aangewezen contact op te nemen met externe experten voor verder advies en begeleiding.
  • De beschrijving van de situatie, gehanteerde werkwijze, bronnen, afspraken en opvolging vormen een vertrouwelijk dossier. 

Het is niet de bedoeling dat al deze elementen al grondig uitgewerkt zijn bij het doorsturen van de melding. Indien de situatie verdere opvolging vereist binnen de organisatie, wordt wel verwacht dat een meer uitgebreide neerslag van de gezette stappen en bevindingen terug te vinden zijn in het dossier. 

De bevoegde afdeling zal na ontvangst van de melding bekijken welke of verdere opvolging verwacht wordt vanuit de overheid en hiervoor eventueel contact opnemen met de organisatie. Indien nodig wordt aan Zorginspectie een inspectie gevraagd om een objectief verslag van de gebeurtenissen en de opvolging door de organisatie op te maken. 

Regelgeving 

We verwijzen hiervoor naar de volgende relevante bepalingen in de regelgeving: 

Formulier