De commissie:

  1. 1° poogt, voor zover als mogelijk en voor zover hiertoe uitgenodigd door de verzoeker, de bestreden beslissingen aan een volledige controle te onderwerpen, hetgeen een beoordeling inhoudt van hun wettelijkheid, hun overeenstemming met de algemene rechtsbeginselen en beginselen van behoorlijk bestuur, en hun opportuniteit;
  2. 2° beperkt zich tot het onderzoek van de ‘individuele’ opportuniteit van de bestreden beslissing. Zij zal zich niet begeven op het terrein van de bepaling van programmatie- en erkenningscriteria, hetgeen behoort tot de opdracht van de wetgevende en uitvoerende macht, al kan zij op dit vlak wel aanbevelingen formuleren;
  3. 3° kan bij de ’feitenvinding’ gebruik maken van alle mogelijkheden die haar wettelijk ter beschikking staan, waaronder het horen van de partijen, het vragen van bijkomende inlichtingen aan de partijen of, in uitzonderlijke gevallen, een beroep doen op een deskundige. De commissie gaat evenwel niet over tot afstapping ter plaatse.

Op vraag van de commissie kunnen eventueel na een zitting nog documenten worden toegestuurd. In die gevallen wordt een termijn bepaald, en zal de commissie enkel rekening houden met de uitdrukkelijk gevraagde stukken. Alle stukken, ook de eventueel ter plaatse tijdens de zitting overhandigde stukken, worden door de secretaris (ook) aan de (andere) partijen bezorgd.