De projecten worden momenteel opgestart en we kunnen nog geen bestaande casussen geven. We willen echter met een aantal reële voorbeelden duidelijk maken dat dit samenwerkingsverband in heel wat situaties een meerwaarde kan zijn. Om dit duidelijker te maken schetsen we een tweetal casussen.

Rita heeft een kleine traiteurzaak. Op een gegeven moment wordt ze in haar zaak overvallen en raakt gewond. Ze wordt opgenomen in het ziekenhuis en wordt geopereerd. Het loopt mis tijdens de operatie. Er is sprake van een medische fout. Rita is langdurig arbeidsongeschikt. Haar inkomen daalt. De zaak dreigt failliet te gaan. De gerechtelijke procedures lopen, maar als deze achter de rug zijn is het waarschijnlijk te laat om de zaak nog te redden. De schulden stapelen zich op. Haar man, Jos, werkt voltijds, maar door de zorg voor Rita kan hij niet meer overwerken, wat vroeger regelmatig gebeurde. De teamverantwoordelijke van Jos heeft al laten verstaan dat hij meer verwacht.

In deze situatie doen zich tal van problemen voor, waar elk van de kernactoren in het breed onthaal op zich expertise in heeft. Voor slachtofferhulp hebben we het CAW. Om effectief steun te verlenen kunnen de mogelijkheden van het OCMW bekeken worden. De gevolgen van langdurige ziekte en de materiële en psychosociale begeleiding kan opgenomen worden door de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds.  Alle drie de kernactoren zullen bij het opnemen aandacht hebben voor de brede context van de problemen en vragen waarmee Rita en haar gezin geconfronteerd worden en Rita en haar gezin hier maximaal in ondersteunen. Toch stellen er zich mogelijk een aantal vragen:

  • Wie zorgt er voor de continuïteit en het overzicht in wat er in deze situatie gebeurt?
  • Hoe zorgen we ervoor dat Rita en haar gezin niet op meerdere plaatsen onnodig hun verhaal moeten doen?
  • Hoe zorgen we ervoor dat elke stap die gezet wordt ook goed afgestemd is met wat er in andere  organisaties loopt?
  • Hoe zorgen we ervoor dat de belangen van dit gezin echt behartigd worden en niet iedere sociaal werker met zijn deel bezig is en ervan uitgaat dat de andere dat ook wel zal doen?
  •  ...

Na een echtscheiding is Jan in een moeilijke situatie terecht gekomen. Kort na de echtscheiding is hij beginnen drinken en daardoor zijn werk kwijt geraakt. Hij voelt zich niet goed in zijn vel. Het leven lijkt hem soms nutteloos. Na een tijdje is hij ook administratief niet in orde. Hij is bij het OCMW terecht gekomen. Hij heeft geen werk en dreigt ook zijn woning te verliezen.

In een eerste onthaal is het belangrijk om een goed en volledig zicht te krijgen op alle problemen die Jan heeft. Samenwerking met verschillende actoren is nodig, maar is maar zinvol als in het onthaaltraject voldoende is verhelderd welke vragen er zijn en op welke manier Jan hier verder wil aan werken.

  • In welke mate en op welke manier wil Jan verder werken op het vlak van het drinken? Is laagdrempelige hulp voldoende? Een traject in samenwerking met de huisarts? Een specifiek centrum? Kan een zelfhulpgroep iets betekenen?
  • Wat betekent het ‘zich niet goed voelen’ ?
  • Kan het volstaan dat de sociaal werker van het OCMW dit opneemt samen met de andere vragen? Kan hij door expertise ingebracht vanuit het begeleidingsteam van CAW zelf verder met deze vraag?
  • Hoe kan de samenwerking met alle actoren die werken rond wonen en werken verlopen, zonder het algemeen overzicht te verliezen?
  • ….

Een algemene vaststelling is dat er bij mensen met een laag inkomen, gekend bij één van de kernactoren toch het recht op verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekteverzekering niet geopend is.

  • Kan door de samenwerking van de kernactoren dit recht bij meer mensen geopend worden?