Net als andere sectoren heeft het welzijnswerk zich de laatste decennia ontwikkeld tot meer specialisatie. Ondertussen groeit het besef dat deze evolutie zijn keerzijde heeft. Enerzijds zorgt deze specialistische benadering ervoor dat niemand nog oog heeft voor het geheel en de samenhang van problemen. Soms gaat daardoor energie verloren, omdat er geen rekening mee gehouden wordt dat er eerst ook op andere vlakken vooruitgang moet worden geboekt.

Een ander effect is dat mensen vaak met vele welzijnswerkers een vertrouwensrelatie moeten opbouwen, waardoor ze soms afhaken. Het maakt het ook moeilijk om zelf het overzicht en de regie in handen te houden over wat er in je hulp- en ondersteuningstraject gebeurt.

Ook verloopt de hulp aanbod gestuurd. Afhankelijk van waar je terecht komt en welke achterliggend aanbod de organisatie heeft wordt er met een bepaalde bril naar je vraag gekeken. Dit heeft tot gevolg dat voor gelijkaardige vragen, heel andere trajecten worden gestart, simpelweg omdat je bij die specifieke situatie of welzijnswerker bent terecht gekomen.

Dit is de reden waarom in deze projecten de nadruk ligt op een generalistische kijk. Welzijnswerkers in het breed onthaal zorgen voor een zo breed mogelijk perspectief op de welzijnsvraag. Onafhankelijk van het achterliggend aanbod zoeken ze naar de meest gepaste vorm van hulp. De vragen en noden van de mensen staan hierbij centraal. Ook de aandacht voor de informele zorg is hierbij belangrijk.

Door expertise van drie kernactoren samen te brengen versterken we het brede perspectief van alle medewerkers die instaan voor onthaal bij de drie kernactoren. In de projecten is het ook de bedoeling om te bekijken hoe hoog we de lat kunnen leggen in waar de onthaalmedewerkers allemaal zicht op moeten hebben. Want vanzelfsprekend is er ook een grens – die weliswaar niet strikt kan vastgelegd worden – tussen het generieke en het specialistische.